Zorg Ter Elst

1. Het schoolteam engageert zich om samen te werken op het terrein van de leerlingenzorg. Hierbij hebben we aandacht voor twee componenten.

1.1 Een preventieve, meer structurele component: hoe zorgen de leerkrachten ervoor hun aanpak maximaal af te stemmen op de noden van de leerlingengroep waarmee ze te maken hebben, met specifieke aandacht voor beginsituatie, doelstellingen, werk- en groeperingsvormen, lerarenstijl, observatie en evaluatie en bijsturing. Binnen deze structurele aanpak gelden welbevinden en betrokkenheid als belangrijkste procesvariabelen.

1.2 Een persoonsgerichte, meer curatieve component: hoe stemt onze school haar aanpak af op kinderen met specifieke problemen, en in hoeverre slagen leerkrachten erin dit op een systematische wijze aan te pakken, met specifieke aandacht voor observeren, registreren, signaleren, handelingsgericht aanpakken, evalueren en bijsturen.

2. De uitbouw van het zorgbeleid in onze school veronderstelt het uitvoeren van de
zorgtaken op drie niveaus:


2.1 De coördinatie van zorginitiatieven op het niveau van de school, eventueel op het niveau van de scholengemeenschap.

2.2 Het ondersteunen van het handelen van de leraren.

2.3 Het begeleiden van leerlingen.

2.1 De coördinatie van de zorginitiatieven:

Coördinatie veronderstelt niet alleen dat men op de hoogte is van de noden van leraren en leerlingen, maar ook dat men weet welke prioriteiten het team stelt en op wie men daarvoor een beroep kan doen, zowel intern als extern.

Coördinatie van zorg houdt ook in dat men overleg organiseert. Dit overleg vindt op regelmatige basis plaats op groepsniveau: minimaal een keer per maand tussen groepsleerkracht, gokleerkracht en zorgcoördinatorö; en op schoolniveau: minimaal twee keer per jaar in aanwezigheid van alle participanten: groepsleerkracht, gokleerkracht, zorgcoördinator, CLB-medewerker, directie…

Het is belangrijk dat naast problemen bij de individuele aanpak van leerlingen, ook pedagogisch-didactische knelpunten bespreekbaar worden gemaakt en dat er gewerkt en gestreefd wordt naar een gelijkgerichte algemene aanpak binnen de school.

Complementair aan dit intern overleg is de organisatie van de samenwerking met externen. Het stimuleren van de ouderbetrokkenheid en het bevorderen van de communicatie met de ouders krijgen binnen een globale zorgaanpak specifieke aandacht.

2.2 Het ondersteunen van het handelen van leraren

Bij het beantwoorden van vragen of het oplossen van diverse problemen zullen de groepsleraar en de interne zorgbegeleider hun deskundigheid samen leggen tijdens regelmatige overlegmomenten. Vanuit deze gedeelde deskundigheid kunnen zij specifieke oplossingen zoeken en acties ondernemen.

De gelijkwaardige deskundige inbreng is een belangrijk uitgangspunt om een goede relatie tussen de groepsleraar en de zorgbegeleider(s) op te bouwen.

De groepsleraar moet immers kunnen rekenen op collegiale ondersteuning op het moment dat hij tegen een probleem aanloopt en gemotiveerd overleg zoekt.

Voor de uitvoering van de acties wordt in de eerste plaats gestreefd naar een verhoging van de draagkracht van de groepsleraar, hierin in de eerste plaats bijgestaan door de gokleerkracht. De zorgcoördinator coördineert het overleg, verdiept zich in de materie, tracht de verschillende acties te stroomlijnen, geeft feedback, evalueert en stuurt bij waar mogelijk.

2.3 Het begeleiden van leerlingen

Complementair aan de coaching van de leraar en de coördinatie van de zorg, wordt ervoor gezorgd dat kinderen de extra ondersteuning krijgen die ze nodig hebben.

De begeleiding kan individueel of in groep gebeuren en vindt zo veel mogelijk in de klas plaats.

Door in zijn structurele werking meer en meer probleem oplossend en taakgericht werken op te nemen, door kansen te bieden aan complementair groepswerk en coöperatief leren, door te experimenteren met alternatieve werkvormen die de zelfsturing en het planmatig werken van kinderen bevorderen, verhoogt de groepsleraar zijn mogelijkheden om kinderen individueel te begeleiden.

Regelmatig, structureel overleg moet ook de gokleerkracht kansen bieden tijdens de groepsnabije werking in te spelen op individuele noden bij kinderen.

Daar waar de begeleiding in de groep niet volstaat, kan het kind individueel begeleid worden, ook buiten de groepscontext, m.a.w. wanneer het probleem de draagkracht binnen de groepsnabije werking overstijgt, kan de zorg via gerichte interventies tijdelijk worden overgenomen, ook buiten de klas.

Afhankelijk van de ernst van het probleem wordt deze zorg opgenomen door de groepsleerkracht (waarbij een ander als ambulante de klas overneemt) of de gokleerkracht. Toch dient ook hier zijn aandacht in de eerste plaats uit te gaan naar observatie, verder onderzoek, overleg met derden, vorm geven, stroomlijnen en opvolgen van de actieplannen.

3 Onze school zal een traject uitstippelen, rekening houdende met onze beginsituatie, de noden van onze leerlingen en de aanwezige teamcompetenties, waarbij gewerkt wordt op de drie hierboven beschreven niveaus en op verschillende terreinen van de leerlingenzorg.